uitkleden

/ˈœytkledə(n)/

Wat is de betekenis van uitkleden?

uitkleden betekent: (refl) zich ~ de eigen kleding afnemen

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~ de eigen kleding afnemen
  2. ov (ov) van kleding ontdoen
  3. ov (ov) overdrachtelijk iemand financieel zwaar benadelen
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Voorbeelden van "uitkleden" in een zin

  • Hij had zich net uitgekleed om naar bed te gaan.
  • Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zich helemaal uit te kleden en keek om zich heen in de heel kleine en heel Engelse slaapkamer waar het raam tochtte, ook al was het dicht.
  • Zij kleedde haar kindje uit en legde hem in zijn bedje.
  • Hij werd door die woekeraar helemaal uitgekleed.
  • Zin met het uitkleden in de tweede betekenis erin.

Betekenis en uitleg van uitkleden

Uitkleden betekent letterlijk de kleren van je lichaam verwijderen. Het kan ook figuurlijk worden gebruikt om te verwijzen naar het ontdoen van iets van onnodige lagen of versieringen, zoals bij het vereenvoudigen van informatie of processen.

Je gebruikt het woord 'uitkleden' vaak in situaties waarin iemand zich gaat omkleden, bijvoorbeeld na een lange dag of voor een douche. Het kan ook gebruikt worden in een bredere context, zoals het 'uitkleden' van een idee, waarbij je het tot de essentie reduceert. Het woord heeft een informele toon en kan ook speels worden gebruikt.

Voorbeelden

  • Na het sporten besloot hij zich snel uit te kleden en een frisse douche te nemen.
  • De docent vroeg de studenten om hun presentatie uit te kleden, zodat het duidelijker en beknopter werd.
  • Tijdens de vakantie op het strand kleedde ze zich uit om in de zee te zwemmen.

Woordoorsprong

Het woord 'uitkleden' is samengesteld uit het voorvoegsel 'uit-' en het werkwoord 'kleden', wat verwijst naar het aankleden of bedekken van het lichaam.

Veelgestelde vragen over uitkleden

Wat is de betekenis van uitkleden?

uitkleden betekent: (refl) zich ~ de eigen kleding afnemen

Hoeveel betekenissen heeft uitkleden?

uitkleden heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je uitkleden in een zin?

Voorbeeld: “Hij had zich net uitgekleed om naar bed te gaan.