uitknop
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toets waarmee men een toestel buitenwerking kan stellenAls er al een uitknop bestond, dan ging die de eerste dag kapot.Als het mobieltje van tv-commentator Frank Snoeks in de uitzending afgaat, is het raak. Op Twitter is het 'trending' en in een huiskamer in Zwolle wordt een grap bedacht: een plaatje van een mobieltje met een tekst die Snoeks op de uitknop wijst.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek