uitkragen
/ˈœytkraɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (bouwkunde) naar boven toe steeds verder naar buiten uitsteken van een muur of ander constructieonderdeelTijdens de bouw is nu goed te zien hoe de muren draaien en als omgekeerde piramides boven de straat uitkragen.
- (bouwkunde) uitsteken van een constructieonderdeel dat slechts aan één zijde vast zit aan de rest van het bouwwerkOok is er een ver uitkragende glazen bak aan de doos gehangen waarin onder meer een zaal voor productpresentaties is gelegen.
Etymologie
*samenstellende afleiding van "uit" en "kraag"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek