uitleen
Wat is de betekenis van uitleen?
uitleen betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitlenen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitlenen
Voorbeelden van "uitleen" in een zin
- ... dat ik uitleen.
Veelgestelde vragen over uitleen
Wat is de betekenis van uitleen?
uitleen betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitlenen
Hoe gebruik je uitleen in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uitleen.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek