uitluiding

'œytlœydɪŋ

Wat is de betekenis van uitluiding?

uitluiding betekent: het met klokgebeier uitgeleide doen (begeleiden) van een overledene bij een begrafenis, of het einde van een jaar/periode met klokken inluiden.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het met klokgebeier uitgeleide doen (begeleiden) van een overledene bij een begrafenis, of het einde van een jaar/periode met klokken inluiden.
  2. het afsluiten van een periode of gebeurtenis

Etymologie

afleiding van naamwoord van handeling van uitluiden met het achtervoegsel -ing