uitmaakte
Wat is de betekenis van uitmaakte?
uitmaakte betekent: enkelvoud verleden tijd van uitmaken
Betekenis
- enkelvoud verleden tijd van uitmaken
Voorbeelden van "uitmaakte" in een zin
- ... dat ik uitmaakte.
- ... dat jij uitmaakte.
Betekenis en uitleg van uitmaakte
Het woord 'uitmaakte' verwijst naar het maken van een beslissing of het nemen van een standpunt over iets. Het kan ook betekenen dat iets van belang is of impact heeft gehad op een situatie.
Je gebruikt 'uitmaakte' vaak in gesprekken over gebeurtenissen of keuzes die invloedrijk waren. Bijvoorbeeld, als je zegt dat iets 'de uitkomst uitmaakte', geef je aan dat het een cruciale rol speelde. Het woord heeft een zekere gewicht en benadrukt de impact van een beslissing of gebeurtenis.
Voorbeelden
- Zijn toespraak maakte een groot verschil en uitmaakte voor de richting van het project.
- Haar steun in deze moeilijke tijd maakte echt uit; zonder haar had ik het misschien niet gered.
- De kans om naar die prestigieuze universiteit te gaan, uitmaakte voor zijn toekomstplannen.
Woordoorsprong
Het woord 'uitmaken' is samengesteld uit 'uit', dat een richting of afronding aangeeft, en 'maken', wat verwijst naar het creëren of vaststellen van iets.
Veelgestelde vragen over uitmaakte
Wat is de betekenis van uitmaakte?
uitmaakte betekent: enkelvoud verleden tijd van uitmaken
Hoe gebruik je uitmaakte in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uitmaakte.”