uitmaken
/ˈœytmakə(n)/
Wat is de betekenis van uitmaken?
uitmaken betekent: (ov) een einde maken aan bijvoorbeeld een relatie
Betekenis
werkwoord
- (ov) een einde maken aan bijvoorbeeld een relatie
- (ov) doven (van vuur)
- (ov) beslissen, verschil maken, van belang zijn
- (ov) uitschelden
- (inerg) deel ~ van: een onderdeel zijn van iets
Voorbeelden van "uitmaken" in een zin
- Ze hebben het na drie jaar toch uitgemaakt.
- Ik heb het vuur uitgemaakt met een flinke puts water.
- Wie zal uitmaken of het wel waar is.
- Het spel was, zoals zo vaak dit seizoen, niet om aan te zien. Maar wat maakte het uiteindelijk uit. De schaamte van een jaar geleden is uitgewist. Het publiek, dat bijkans gek werd van de spanning, juichte twee keer uitbundig. En dat was bij de 1-0 en 2-0 van Jong PSV. Tubantia Leon ten Voorde 22-04-19 [https://www.tubantia.nl/fc-twente/fc-twente-heeft-de-titel-binnen-na-remise~a4617da4/ FC Twente heeft de titel binnen na remise]
- Wat uitmaakt is dat hij er niet meer is sinds haar achtste jaar.
Uitdrukkingen
- de dienst uitmaken
- niets uitmaken
Vertalingen
Engelsend, terminate, extinguish
Spaansacabar, concluir, terminar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek