doven
/ˈdovə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een vlam uit doen gaanDe brandweer wist het vuur snel te doven.Iemand heeft het vuur gedoofd.Het vuur is vanzelf gedoofd.
- (ov) een lamp uitdoenZe zeiden niets, schopten alleen hun schoenen uit, deden de bedlampjes aan en doofden de plafondverlichting.
Etymologie
* In de betekenis van ‘uitdoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1611
Vertalingen
Engelsextinguish
Franséteindre
Spaansapagar, extinguir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek