blussen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het doven van een brand
    De brandweer kon met moeite de brand blussen.
    De meest kritieke fase is daarmee voorbij, meldt de brandweer, die 950 brandweerlieden inzette. De vlammen worden geblust met behulp van vliegtoestellen. Er blijven nog 520 brandweerlieden in het gebied om de brand verder te controleren. Hulpdiensten spreken van een "megabrand".
  2. vloeistof over heet eten doen
    Tijdens het bakken kun je het vlees blussen met wijn.

Etymologie

*Van be- en lessen.

Vertalingen

Engelsextinguish, put out
Franséteindre
Duitslöschen
Spaansapagar, extinguir