uitreiscontrole

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de controle op goederen of mensen bij het buitenreizen van een land of ander gebied
    Toen we op vakantie gingen vond er een uitreiscontrole plaats.

Etymologie

* Samenstelling van de werkwoordstam van uitreizen en controle