uitreiscontrole
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de controle op goederen of mensen bij het buitenreizen van een land of ander gebiedToen we op vakantie gingen vond er een uitreiscontrole plaats.
Etymologie
* Samenstelling van de werkwoordstam van uitreizen en controle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek