uitrook
Wat is de betekenis van uitrook?
uitrook betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitroken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitroken
Voorbeelden van "uitrook" in een zin
- ... dat ik uitrook.
Veelgestelde vragen over uitrook
Wat is de betekenis van uitrook?
uitrook betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitroken
Hoe gebruik je uitrook in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uitrook.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek