uitrust

Wat is de betekenis van uitrust?

uitrust betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitrusten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitrusten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitrusten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitrusten

Voorbeelden van "uitrust" in een zin

  • ... dat ik uitrust.
  • ... dat jij uitrust.
  • ... dat hij uitrust.

Veelgestelde vragen over uitrust

Wat is de betekenis van uitrust?

uitrust betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitrusten

Hoeveel betekenissen heeft uitrust?

uitrust heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je uitrust in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik uitrust.