uitrusten
//
Wat is de betekenis van uitrusten?
uitrusten betekent: (ov) (militair), (scheepvaart) één of meer personen, vaar- of voertuigen e.d. voorzien van de benodigdheden voor een taak, expeditie of reis
Betekenis
werkwoord
- (ov) (militair), (scheepvaart) één of meer personen, vaar- of voertuigen e.d. voorzien van de benodigdheden voor een taak, expeditie of reis
werkwoord
- (inerg)zich ontspannen na vermoeiende of langdurige bezigheden
Voorbeelden van "uitrusten" in een zin
- De vloot werd uitgerust met een nieuw radarsysteem.
- Het viel hem op dat er veel politie was maar dat ze niet waren uitgerust met witte oproerhelmen en schilden.
- We zijn bijna bij het bivak waar we kunnen uitrusten.
- Na drie weken alleen te hebben gelopen, kwam ik op een dag bij een beekje vier jongens tegen die languit in het stof lagen uit te rusten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘van het nodige voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1517
Vertalingen
Engelsequip, repose
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek