uitrustten

Wat is de betekenis van uitrustten?

uitrustten betekent: meervoud verleden tijd van uitrusten

Betekenis

werkwoord
  1. meervoud verleden tijd van uitrusten

Voorbeelden van "uitrustten" in een zin

  • ...dat wij uitrustten.
  • ...dat jullie uitrustten.

Veelgestelde vragen over uitrustten

Wat is de betekenis van uitrustten?

uitrustten betekent: meervoud verleden tijd van uitrusten

Hoe gebruik je uitrustten in een zin?

Voorbeeld: “...dat wij uitrustten.