uitschakelen

/ˈœytsxakələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) buiten competitie stellen
    Onze ploeg werd pas in de finale uitgeschakeld.
  2. ov (ov) deactiveren
    Het toestel was al uitgeschakeld.
    ,,Twee keer per week moeten we het pretpark afsluiten, zegt Verkammen. ,,Dan moeten we verloren voorwerpen verzamelen, parkeerjetons uitdelen, de muziekinstallaties uitschakelen en de bezoekers het park uitloodsen. Voor rolstoelgebruikers kunnen de draaideuren wel eens gevaarlijk zijn. De Standaard 05 JULI 2006 (vgd) [http://www.standaard.be/cnt/g3oul3i1 WIE WERKT ER. De controleurs aan de ingang van Bobbejaanland]
  3. onschadelijk maken
    Dit is een merkwaardige uitvinding die door middel van uv-licht alle parasieten en bacteriën in het water binnen negentig seconden uitschakelt.

Vertalingen

Engelsswitch off, disconnect
Fransdébrancher, déconnecter, couper
Duitsabschalten, ausschalten
Spaansdesconectar, desenchufar, desacoplar