uitzetten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, natuurkunde (erga) (natuurkunde) in volume toenemen
    Bij verhitting zetten de meeste materialen uit.
    De bliksemschicht bevat een enorme hoeveelheid energie waarbij heel veel warmte vrijkomt. De binnenkant van de bliksemstraal kan volgens Weerplaza wel 33.000 graden zijn. Ter vergelijking: de oppervlakte van de zon is ongeveer 5.500 graden. De hitte zorgt ervoor dat de lucht rondom de bliksemschicht uitzet waardoor een schokgolf ontstaat in de lucht. En dat horen wij als de donder.
  2. ov (ov) iemand dwingen een gebied of gebouw te verlaten
    Hij werd zonder pardon de zaal uitgezet.
    Na de laatste ronde werden we de bar uitgezet.
  3. ov (ov) het uitschakelen van een elektrisch toestel
    Ik heb het theelichtje uitgezet.
  4. bedenken en plannen van een actie
    Maar er lagen nogal wat versperringen en tijdens het rennen had hij naar rechts moeten uitwijken. In het begin had hij de lijn gevolgd die door de luitenant was uitgezet, maar met die fluitende kogels en granaten ga je uiteraard zigzaggen. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  5. in de omgeving neerzetten
    Ook al moet ik toegeven dat ik waarschijnlijk zelf ook een redelijk scherpe geurvlag uitzette.

Vertalingen

Engelsexpand, extradite, expel
Fransse dilater, expulser
Duitssich ausdehnen, expandieren, hinaussetzen