uitscheen

ˈœytsxen

Wat is de betekenis van uitscheen?

uitscheen betekent: enkelvoud verleden tijd van uitschijnen

Betekenis

werkwoord
  1. enkelvoud verleden tijd van uitschijnen

Voorbeelden van "uitscheen" in een zin

  • ... dat ik uitscheen.
  • ... dat jij uitscheen.

Etymologie

op te vatten als samenstelling van uit bw en scheen ww