uitscheen
ˈœytsxen
Wat is de betekenis van uitscheen?
uitscheen betekent: enkelvoud verleden tijd van uitschijnen
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van uitschijnen
Voorbeelden van "uitscheen" in een zin
- ... dat ik uitscheen.
- ... dat jij uitscheen.
Etymologie
op te vatten als samenstelling van uit bw en scheen ww
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek