uitschrijven
/ˈœytsxrɛivə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) uit een register verwijderenMensen die naar een andere stad verhuizen moeten in de nieuwe woonplaats in- en in de oude uitgeschreven worden.De ouders hadden de kinderen van 10 en 12 na een hoop gedoe voor een halfjaar van school kunnen uitschrijven om gezamenlijk de PCT te lopen.
- (ov) een cheque, ander officieel geschrift of wedstrijd doen verschijnenEr werd een wedstrijd in het verbeteren van artikelen uitgeschreven.Alet Boukes, voormalig stadsdichter van het Overijsselse Zwolle, heeft de mooiste zin geschreven over de Achterhoek. Bakker Marcel Stroet schreef hiervoor een prijsvraag uit bij de onthulling op 22 maart van het borstbeeld van de dichter Willem Sluiter tegenover zijn geboorteplek in Neede.
- (erga) het schrijven beëindigenHij was nog maar net uitgeschreven toen de bel ging.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek