uitschrijven

/ˈœytsxrɛivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uit een register verwijderen
    Mensen die naar een andere stad verhuizen moeten in de nieuwe woonplaats in- en in de oude uitgeschreven worden.
    De ouders hadden de kinderen van 10 en 12 na een hoop gedoe voor een halfjaar van school kunnen uitschrijven om gezamenlijk de PCT te lopen.
  2. ov (ov) een cheque, ander officieel geschrift of wedstrijd doen verschijnen
    Er werd een wedstrijd in het verbeteren van artikelen uitgeschreven.
    Alet Boukes, voormalig stadsdichter van het Overijsselse Zwolle, heeft de mooiste zin geschreven over de Achterhoek. Bakker Marcel Stroet schreef hiervoor een prijsvraag uit bij de onthulling op 22 maart van het borstbeeld van de dichter Willem Sluiter tegenover zijn geboorteplek in Neede.
  3. erga (erga) het schrijven beëindigen
    Hij was nog maar net uitgeschreven toen de bel ging.