uitslaan
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door slaan iets eruit- of wegkrijgen
- (ov), (sport) de bal wegslaanDe bal werd uitgeslagen.
- (ov) (in ongunstige zin) "uiten", uiting geven aanDe taal die hij uitsloeg was allerverschrikkelijkst.
- (erga) een wijzer of meter die een afwijkende beweging maakt.De wijzer was plotseling uitgeslagen.
- naar buiten gaan
- het iemand ontnemen van een bepaalde verantwoordelijkheid
- (erga) bedekt raken met een laag aanslagDe muur was helemaal groen uitgeslagen.
- (dierkunde) de vleugels ~ vliegen (v. vogels)
Vertalingen
Duitsausschlagen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek