uitslover
Wat is de betekenis van uitslover?
uitslover betekent: (pejoratief) iemand die zich op overdreven wijze inspant en dat ook duidelijk toont aan het boven hem gestelde gezag
Betekenis
- (pejoratief) iemand die zich op overdreven wijze inspant en dat ook duidelijk toont aan het boven hem gestelde gezag
Voorbeelden van "uitslover" in een zin
- Die uitslover haalde allemaal negens en tienen terwijl een zesje toch ook voldoende is.
Betekenis en uitleg van uitslover
Een uitslover is iemand die zich op een overdreven manier laat zien of zich beter voordoet dan anderen. Het kan gaan om iemand die zich in een groep heel nadrukkelijk voordoet als de beste of meest deskundige, vaak om indruk te maken.
Dit woord gebruik je meestal in informele gesprekken, vaak met een negatieve of spottende ondertoon. Het kan verwijzen naar iemand die in een sociale situatie probeert te schitteren ten koste van anderen, bijvoorbeeld in een klaslokaal of op het werk. Het heeft de nuance van iemand die niet alleen zijn of haar kwaliteiten laat zien, maar dit op een manier doet die als ongepast of over de top wordt ervaren.
Voorbeelden
- Tijdens de presentatie was het lastig om te concentreren, omdat die uitslover continu het woord nam en iedereen overschreeuwde.
- Mijn vriend is echt een uitslover als het gaat om koken; hij moet altijd de meest ingewikkelde recepten kiezen om indruk te maken.
- In de sportclub is er altijd wel een uitslover die probeert te pronken met zijn prestaties, zelfs als hij niet de beste is.
Woordoorsprong
Het woord 'uitslover' is samengesteld uit 'uit' en 'sloven', waarbij 'sloven' verwijst naar het zich inspannen. De combinatie suggereert iemand die zich overmatig inspant om aandacht te krijgen.
Veelgestelde vragen over uitslover
Wat is de betekenis van uitslover?
uitslover betekent: (pejoratief) iemand die zich op overdreven wijze inspant en dat ook duidelijk toont aan het boven hem gestelde gezag
Welk woordgeslacht heeft uitslover?
uitslover is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van uitslover?
Synoniemen van uitslover zijn: aansteller, dienstklopper, poseur, streber, strooplikker.
Hoe gebruik je uitslover in een zin?
Voorbeeld: “Die uitslover haalde allemaal negens en tienen terwijl een zesje toch ook voldoende is.”
Etymologie
* van uitsloven