uitspringen
/ˈœytsprɪŋə(n)/
Wat is de betekenis van uitspringen?
uitspringen betekent: (absol) naar buiten, vooruitsteken.
Betekenis
werkwoord
- (absol) naar buiten, vooruitsteken.
- (erga) met een sprong naar buiten gaan
Voorbeelden van "uitspringen" in een zin
- Die punt springt een stukje uit.
- Hij was het raam uitgesprongen.
Veelgestelde vragen over uitspringen
Wat is de betekenis van uitspringen?
uitspringen betekent: (absol) naar buiten, vooruitsteken.
Hoeveel betekenissen heeft uitspringen?
uitspringen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van uitspringen?
Synoniemen van uitspringen zijn: uitstaan, uitsteken, vooruitspringen, vooruitsteken.
Hoe gebruik je uitspringen in een zin?
Voorbeeld: “Die punt springt een stukje uit.”
Vertalingen
Spaanssobresalir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek