woorden
boek
Start
›
U
›
uitspringen
uitspringen
/ˈœytsprɪŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
absol
(absol) naar buiten, vooruitsteken.
Die punt springt een stukje uit.
erga
(erga) met een sprong naar buiten gaan
Hij was het raam uitgesprongen.
Synoniemen
uitstaan
uitsteken
vooruitspringen
vooruitsteken
Vertalingen
Spaans
sobresalir
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← uitspring
uitspringend →