uitstaan
/ˈœytstan/
Wat is de betekenis van uitstaan?
uitstaan betekent: (absol), (financieel) nog niet geïnd of ingevorderd zijn
Betekenis
werkwoord
- (absol), (financieel) nog niet geïnd of ingevorderd zijn
- (absol) iemand/iets niet kunnen ~: een grote hekel aan iemand/iets hebben
- ~ hebben met te maken hebben met
- naar buiten gericht zijn
Voorbeelden van "uitstaan" in een zin
- Dat bedrag stond nog uit, maar het is nu binnen.
- Zij hebben nog schulden uitstaan.
- Ik kan haar echt niet uitstaan!
- Wat Albert ook niet kon uitstaan, was dat haar. Overal zwart haar, tot op zijn vingerkootjes, en plukjes die net onder zijn adamsappel uit zijn boord kwamen.{{Aut|Lemaitre, Pierre
- “Anti-homoseksualiteitsverklaring” zou dichter bij de waarheid komen, ware het niet dat zoals juist uitgelegd, de identiteitsverklaring veel breder is en ook heel andere zaken betreft die niets met seksualiteit uitstaande hebben.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek