uitstaan

/ˈœytstan/

Wat is de betekenis van uitstaan?

uitstaan betekent: (absol), (financieel) nog niet geïnd of ingevorderd zijn

Betekenis

werkwoord
  1. absol, financieel (absol), (financieel) nog niet geïnd of ingevorderd zijn
  2. absol (absol) iemand/iets niet kunnen ~: een grote hekel aan iemand/iets hebben
  3. ~ hebben met te maken hebben met
  4. naar buiten gericht zijn

Voorbeelden van "uitstaan" in een zin

  • Dat bedrag stond nog uit, maar het is nu binnen.
  • Zij hebben nog schulden uitstaan.
  • Ik kan haar echt niet uitstaan!
  • Wat Albert ook niet kon uitstaan, was dat haar. Overal zwart haar, tot op zijn vingerkootjes, en plukjes die net onder zijn adamsappel uit zijn boord kwamen.{{Aut|Lemaitre, Pierre
  • “Anti-homoseksualiteitsverklaring” zou dichter bij de waarheid komen, ware het niet dat zoals juist uitgelegd, de identiteitsverklaring veel breder is en ook heel andere zaken betreft die niets met seksualiteit uitstaande hebben.