verdragen
/vərˈdraɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) bestand zijn tegen (iets ergs)Hij kon het harde geluid van het concert niet langer verdragen en ging naar huis.Maar vooral omdat ze 'de gedachte niet kan verdragen dat [ze] nooit meer een slapende baby zou vasthouden, de agonie van hun oogleden, hun mondjes, hun huid'.Hoe was het mogelijk dat ze het leven tot nu toe had kunnen verdragen zonder die kus? Hoe had ze geleefd? Hij had haar meegesleurd door het donker om een pistool af te vuren in een kerk en daarna had hij haar gekust.
- (ov) (voedsel) kunnen verterenSteeds meer mensen verdragen geen zuivel.
Etymologie
*Afgeleid van dragen .
Vertalingen
Engelsendure
Duitsaushalten, ertragen, vertragen
Spaansaguantar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek