uitstrijk

mannelijk (de)/ˈœytstrɛik/

Wat is de betekenis van uitstrijk?

uitstrijk betekent: (biologie) celmateriaal dat op een objectglaasje wordt uitgesmeerd voor microscopisch onderzoek

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) celmateriaal dat op een objectglaasje wordt uitgesmeerd voor microscopisch onderzoek

Voorbeelden van "uitstrijk" in een zin

  • Momenteel kun je bij de IJsselhallen in Zwolle al terecht voor een 'normale' coronatest: met een wattenstaafje wordt een uitstrijk genomen uit de neus en keel.

Etymologie

*: "uitstrijken" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsswab
Fransfrottis
DuitsAbstrich
Spaansfrotis