uitvinding

vrouwelijk (de)/ˈœytfɪndɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de daad van het uitvinden, het ontdekken van een nieuwe methode of een nieuw toestel
    De uitvinding van de boekdrukkunst had grote gevolgen.
  2. een nieuw gevonden methode of toestel
    Hij vergat zijn wonderbaarlijke uitvinding te patenteren.
    Dit is een merkwaardige uitvinding die door middel van uv-licht alle parasieten en bacteriën in het water binnen negentig seconden uitschakelt.

Etymologie

* van uitvinden .

Vertalingen

Engelsinvention, invention
Fransinvention
Spaansinvención, invento
Italiaansinvenzione
Poolswynalazek