uitvinding
vrouwelijk (de)/ˈœytfɪndɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de daad van het uitvinden, het ontdekken van een nieuwe methode of een nieuw toestelDe uitvinding van de boekdrukkunst had grote gevolgen.
- een nieuw gevonden methode of toestelHij vergat zijn wonderbaarlijke uitvinding te patenteren.Dit is een merkwaardige uitvinding die door middel van uv-licht alle parasieten en bacteriën in het water binnen negentig seconden uitschakelt.
Etymologie
* van uitvinden .
Vertalingen
Engelsinvention, invention
Fransinvention
Spaansinvención, invento
Italiaansinvenzione
Poolswynalazek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek