uitvoerder

mannelijk (de)/ˈœytfurdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die uitvoert of de leiding heeft over de uitvoering
  2. iets of iemand die een bepaalde regeling in de praktijk brengt
    Hoewel boeren in beide regelingen geld ontvangen om met hun bedrijf te stoppen, verschillen de doelen, middelen en de uitvoerder van de regeling. Wel is er één belangrijke overeenkomst: uitkopen gaat altijd vrijwillig. "Er zal nooit een zweem van verplichting aan zitten", verduidelijkt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg (IPO).

Etymologie

* van uitvoeren