uitwas
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat naar buiten uitgroeit
- (figuurlijk) ongewenste of ziekelijke doorontwikkeling (van een fenomeen, beleid, handeling, e.d.)
Etymologie
* [2] In de figuurlijke betekenis, vanaf de 19e eeuw.
Vertalingen
Engelsoutgrowth, excrescence, excess
Fransexcroissance, dérive, excès
DuitsAuswuchs, Auswuchs
Spaansexcrecencia, exceso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek