uitzending

vrouwelijk (de)/ˈœytsɛndɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. media (media) het uitzenden van een programma van radio of televisie
    De uitzending werd onderbroken om het schokkende nieuws te melden.
  2. het zenden van een persoon naar een verre post
    Zijn uitzending naar de oerwouden van Papoea-Nieuw-Guinea had veel voeten in de aarde.

Etymologie

* van uitzenden

Vertalingen

Spaansemisión, transmisión