up
mannelijk (de)/ʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
- (drinken) kleurloze frisdrank met citroen- of limoensmaak
Etymologie
*van "up"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek