Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

user

mannelijk (de)/ˈjuːzər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) iemand die een bepaald computerprogramma of een bepaalde webdienst gebruikt
    Alleen de koper van het programma zou als user moeten worden aangemerkt, maar ook medewerkers van het bedrijf en zelfs klanten kunnen er onder vallen.
    „Yo wie weet waar dat wijf woont?” wil een anonieme user weten.

Etymologie

*van """; in het Nederlands bekend sinds begin 21e eeuw