vaardag
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van vaardag?
vaardag betekent: dat dat men vaart
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat dat men vaart
- dag die men nodig heeft om ergens naartoe te varen
- dag waarop gevaren kan worden
Voorbeelden van "vaardag" in een zin
- Neem voor elke vaartocht van huis een vuilniszak of plastic boodschappentassen voor afval meeVerzamel daar elke vaardag het boordafval in De Telegraaf 22 nov. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/884452/afval-aan-boord-of-overboord Afval aan boord of overboord]
- Aan veel boten kun je aflezen dat er omwille van de prijs concessies zijn gedaan aan het materiaalgebruik, de pasvorm en het gebruiksgemak van het dekzeil. Maar goedkoop is vaak duurkoop. Want het is heel vervelend om na een heerlijke vaardag een half uur bezig te moeten zijn met het afdekken van de boot. Of te moeten constateren dat de prachtige sloep er met de buiskap op uitziet als een Pausmobiel. Want een boot ligt vaker stil dan dat deze vaart. De Telegraaf 31 dec. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/870274/hoe-belangrijk-is-een-dekzeil Hoe belangrijk is een dekzeil?]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek