vadsigaard

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. slap, flauw, traag en lui persoon
    ‘Beul, schei uit!’ bulderde zij. ‘Wacht maar, booze vadsigaard, gij zult niet lang hier den boer spelen. Te naaste week gaat gij naar de fabriek. Als ik terugkom, zal ik u geene kleine rammeling geven, omdat gij alweder het kleed uwer zuster hebt gescheurd.’ (1912)–Hendrik Conscience [https://www.dbnl.org/tekst/cons001voll22_01/cons001voll22_01_0004.php De loteling. Bavo en Lieveken]

Etymologie

* afleiding van vadsig