vakantie
Wat is de betekenis van vakantie?
vakantie betekent: jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen in verschillende beroepen vrijaf hebben
Betekenis
- jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen in verschillende beroepen vrijaf hebben
- reis in een jaarlijks terugkerende periode waarin je vrijaf hebt
Voorbeelden van "vakantie" in een zin
- De uren van onderwys zyn: van des morgens negen, tot des namiddags drie uren, eene verpozing van een halfuur op den middag. Er zullen twee vacanties gegeven worden, eene van acht dagen na het halfjaars examen en eene van drie weken naden afloop van het jaarlyksche examen.
- Wij hebben vanaf morgen vakantie!
- In de jaren vijftig en zestig was de Nationale 7 ook de vrolijkste weg van Frankrijk, de route des vacances voor miljoenen Fransen die voor het eerst op vakantie naar het Zuiden konden.
- De vacanties zijn geëindigd. Regters en ambtenaren, advocaten en professoren komen van hun buitenverblijf of van hun uitstapje terug en verwisselen met leedwezen hun linnen- of reisjas tegen rok en toga, hun jagtroer en vischhoek tegen pen en potlood; ook de badplaatsen worden langzamerhand eenzaam.
Betekenis en uitleg van vakantie
Vakantie is een periode waarin je je werk of dagelijkse verplichtingen achterlaat om te ontspannen en te genieten, vaak op een andere locatie. Het is een tijd voor verkenning, recreatie en het opladen van je energie.
Dit woord wordt vaak gebruikt in de context van reizen, maar kan ook verwijzen naar tijd die je thuis doorbrengt zonder verplichtingen. Mensen kijken meestal uit naar vakantie om even aan de drukte van het dagelijks leven te ontsnappen en nieuwe ervaringen op te doen. Het kan variëren van een weekendje weg tot een langere reis naar het buitenland.
Voorbeelden
- Tijdens mijn vakantie naar Spanje heb ik heerlijk op het strand gelegen.
- Ze besloot haar vakantie te spenderen aan het verkennen van de natuur in de bergen.
- Een vakantie met vrienden kan zorgen voor onvergetelijke herinneringen en veel plezier.
Woordoorsprong
Het woord 'vakantie' komt van het Latijnse 'vacare', wat 'vrij zijn' of 'leeg zijn' betekent. Het verwijst naar een tijd waarin men zich bevrijdt van dagelijkse verplichtingen.
Veelgestelde vragen over vakantie
Wat is de betekenis van vakantie?
vakantie betekent: jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen in verschillende beroepen vrijaf hebben
Hoeveel betekenissen heeft vakantie?
vakantie heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft vakantie?
vakantie is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je vakantie in een zin?
Voorbeeld: “De uren van onderwys zyn: van des morgens negen, tot des namiddags drie uren, eene verpozing van een halfuur op den middag. Er zullen twee vacanties gegeven worden, eene van acht dagen na het halfjaars examen en eene van drie weken naden afloop van het jaarlyksche examen.”
Etymologie
**[2] in de betekenis van 'een reis tijdens de school- of werkvrije periode' (oorspronkelijk in vacanties), vertaald van het "vacances" () aangetroffen vanaf 1860 (zie vindplaats hieronder)