vak

onzijdig (het)/vɑk/

Wat is de betekenis van vak?

vak betekent: (economie) beroep [1]

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) beroep [1]
  2. ingedeeld stuk, bijv. schap, baanvak, supportersvak
  3. onderwijs, wetenschap (onderwijs), (wetenschap) specifieke tak binnen de wetenschap, discipline [2]

Voorbeelden van "vak" in een zin

  • Een vak uitoefenen.
  • Het is maar goed dat ik het in mijn vak niet van de sympathie van anderen hoef te hebben.
  • Ze gaan: de rookmelders vervangen, de waterzuiveringstank van vak 2 vervangen en een nieuwe tank installeren in vak 3 van het wateropslagsysteem, de badkamer en keuken schoonmaken, het toilet-dat- steeds-stukgaat repareren.
  • "Het dier was gelukkig ongedeerd, maar wel heel blij toen hij uit het vak gered werd", meldt de politie.

Betekenis en uitleg van vak

Het woord 'vak' verwijst naar een specifiek gebied van studie, werk of expertise. Het kan ook duiden op een bepaalde beroepsrichting of specialisatie waarin iemand zich heeft verdiept.

Je gebruikt het woord 'vak' vaak in de context van onderwijs of werk, bijvoorbeeld als je het hebt over je favoriete vak op school of een beroep dat je uitoefent. Het woord kan ook een nuance van professionaliteit en toewijding met zich meebrengen, vooral wanneer iemand zegt dat hij of zij 'vakwerk' levert. Het kan dus zowel een formele als informele betekenis hebben, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • Biologie was altijd mijn favoriete vak op school, omdat ik gefascineerd was door de natuur.
  • Als timmerman levert hij echt vakwerk, dat kun je zien aan de afwerking van de meubels.
  • Na jaren in de bouw te hebben gewerkt, besloot hij zijn vak om te zetten naar een eigen onderneming.

Woordoorsprong

Het woord 'vak' komt van het Middelnederlandse 'vac', dat verwijst naar een ruimte of een bepaalde plaats. Het heeft zich ontwikkeld naar de huidige betekenis van een specialisatie of taak.

Veelgestelde vragen over vak

Wat is de betekenis van vak?

vak betekent: (economie) beroep [1]

Hoeveel betekenissen heeft vak?

vak heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft vak?

vak is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van vak?

Synoniemen van vak zijn: beroep, baan, job, ambacht, leervak.

Hoe gebruik je vak in een zin?

Voorbeeld: “Een vak uitoefenen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘begrensd deel’ voor het eerst aangetroffen in 1319

Uitdrukkingen

  • Een oude rot in het vak (zijn)alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen

Vertalingen

Engelsjob, subject
Fransprofession, matière
Spaansoficio, asignatura
Poolsprzedmiot