beroep

onzijdig (het)/bəˈrup/

Wat is de betekenis van beroep?

beroep betekent: (economie) een bezigheid waarmee men de kost verdient

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) een bezigheid waarmee men de kost verdient
  2. juridisch (juridisch) dringend verzoek om hulp of bijstand, appel
  3. juridisch (juridisch) in beroep gaan: verzoek bij een hogere rechtsinstantie om herziening van een vonnis of beschikking (een rechtsmiddel)
  4. juridisch (juridisch) in hoger beroep gaan: verzoek bij een hogere rechtsinstantie om herziening van een vonnis of beschikking (een rechtsmiddel)
  5. juridisch (juridisch) (België) hof van beroep: de rechtbank die het hoger beroep behandeld.

Voorbeelden van "beroep" in een zin

  • Hij is bakker van beroep.
  • Toch was hij ook eigen plannen gaan ontwikkelen. Hij wilde weg, hij voelde wel wat voor Tonkin, al wist hij zelf niet goed waarom. In ieder geval wilde hij het beroep van boekhouder opgeven en iets anders gaan doen. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  • Ze stond achter de coulissen op haar beurt te wachten en sprak ondertussen met een van de meiden die van modellenwerk hun beroep hadden gemaakt.
  • ik doe hierbij een dringend beroep op je
  • Na de uitspraak van de rechter ging hij direct in beroep.

Betekenis en uitleg van beroep

Het woord 'beroep' verwijst naar de specifieke activiteit of functie die iemand uitvoert om zijn of haar levensonderhoud te verdienen. Het kan ook een aangeleerde vaardigheid of expertise omvatten die iemand in een bepaalde sector toepast.

Je gebruikt het woord 'beroep' vaak wanneer je het hebt over iemands werk of carrière. Het kan ook aangeven hoe iemand zich identificeert, zoals in de zin dat iemands beroep veel zegt over hun interesses en waarden. Het woord heeft een professionele connotatie en is relevant in gesprekken over werkgelegenheid, opleidingen en sociale status.

Voorbeelden

  • Als kind droomde ik ervan om dierenarts te worden, maar uiteindelijk koos ik een ander beroep.
  • Na jaren in de IT-sector, heeft ze besloten haar beroep om te schakelen naar het onderwijs.
  • Het beroep van mijn vader heeft me altijd geïnspireerd om mijn eigen passie te volgen.

Woordoorsprong

Het woord 'beroep' komt van het Middelnederlandse 'beroepe', dat 'oproep' of 'beroep doen op' betekent. Het heeft zijn wortels in het werkwoord 'roepen', wat het idee van een roeping of taak impliceert.

Veelgestelde vragen over beroep

Wat is de betekenis van beroep?

beroep betekent: (economie) een bezigheid waarmee men de kost verdient

Hoeveel betekenissen heeft beroep?

beroep heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft beroep?

beroep is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van beroep?

Synoniemen van beroep zijn: ambacht, ambt, betrekking, stiel, occupatie.

Hoe gebruik je beroep in een zin?

Voorbeeld: “Hij is bakker van beroep.

Etymologie

*afgeleid van de stam van het werkwoord roepen

Uitdrukkingen

  • een beroep op iets of iemand doenvragen of iemand iets kan doen

Vertalingen

Engelsprofession, appeal
Fransprofession
DuitsBeruf
Spaansoficio, profesión, apelación
Poolszawód