beroep

onzijdig (het)/bəˈrup/

Wat is de betekenis van beroep?

beroep betekent: (economie) een bezigheid waarmee men de kost verdient

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) een bezigheid waarmee men de kost verdient
  2. juridisch (juridisch) dringend verzoek om hulp of bijstand, appel
  3. juridisch (juridisch) in beroep gaan: verzoek bij een hogere rechtsinstantie om herziening van een vonnis of beschikking (een rechtsmiddel)
  4. juridisch (juridisch) in hoger beroep gaan: verzoek bij een hogere rechtsinstantie om herziening van een vonnis of beschikking (een rechtsmiddel)
  5. juridisch (juridisch) (België) hof van beroep: de rechtbank die het hoger beroep behandeld.

Voorbeelden van "beroep" in een zin

  • Hij is bakker van beroep.
  • Toch was hij ook eigen plannen gaan ontwikkelen. Hij wilde weg, hij voelde wel wat voor Tonkin, al wist hij zelf niet goed waarom. In ieder geval wilde hij het beroep van boekhouder opgeven en iets anders gaan doen. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  • Ze stond achter de coulissen op haar beurt te wachten en sprak ondertussen met een van de meiden die van modellenwerk hun beroep hadden gemaakt.
  • ik doe hierbij een dringend beroep op je
  • Na de uitspraak van de rechter ging hij direct in beroep.

Etymologie

*afgeleid van de stam van het werkwoord roepen

Uitdrukkingen

  • een beroep op iets of iemand doenvragen of iemand iets kan doen

Vertalingen

Engelsprofession, appeal
Fransprofession
DuitsBeruf
Spaansoficio, profesión, apelación
Poolszawód