professie

vrouwelijk (de)/pro'fɛsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het beroep dat iemand uitoefent om geld mee te verdienen, met kennis van zaken en met betrokkenheid
    Seize the day, hoorde ik twee weken geleden nog twee tv-topdokters voorschrijven, ik vermoed als antwoord op de vraag wat hun professie hen had bijgebracht over het mensenleven zoals het maar is. de Standaard VRIJDAG 11 AUGUSTUS 2017
    Maar eenmaal als zanger op het podium, ontdekte Sutherland een even verrassende als logische overeenkomst met zijn professie. ,,Als acteur vind ik het vooral leuk om onderdeel uit te maken van een collectief en samen een goed verhaal te vertellen. Tubantia Gudo Tienhooven 15-juni-2017
    Zoals dit boek aantoont, zien we regels, stadions (of afgebakende ruimtes voor sportbeoefening), specifieke sportuitrustingen, toeschouwerscultuur en sport als professie al terug in de vroegmoderne tijd en daarvoor.
  2. gelofte van gehoorzaamheid, armoede en kuisheid door een kloosterling

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘beroep’ voor het eerst aangetroffen in 1575

Vertalingen

Engelsprofession