hobby

mannelijk (de)/hɔbi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een liefhebberij of bezigheid ter ontspanning voor in de vrije tijd
    Mijn hobby is het maken van websites en computerprogramma's.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘liefhebberij’ voor het eerst aangetroffen in 1896

Vertalingen

Engelshobby
DuitsHobby
Spaansafición