vakantieweek

mannelijk/vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van vakantieweek?

vakantieweek betekent: week dat men vakantie heeft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. week dat men vakantie heeft
  2. en vakantie die een week duurt

Voorbeelden van "vakantieweek" in een zin

  • Het voorafgaande weekend hebben we in de Corrèze uitgever Dick Gubbels en zijn vrouw Elly bezocht, en na terugkeer in Marsalès zijn we aan onze laatste vakantieweek begonnen.
  • Ook op het Bonhoeffercollege in Castricum staan ze ervoor open om de school een week langer dicht te houden, zegt Marga Nievelstein. "Ik zou dan niet kiezen voor een vakantieweek, maar voor een week online onderwijs."
  • Er hangt geen vervelende sfeer in Alicante, zegt ze. "Iedereen houdt zich aan de regels, dat doe ik ook." Na deze vakantieweek gaat ze daarom ook in thuisquarantaine.