vakbondsactie

vrouwelijk (de)/ˈvɑɡbɔn(t)sˌɑksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. campagne van een werknemersorganisatie, vooral gebruikt als (ook) andere activiteiten dan stakingen worden bedoeld
    Op de afdeling van de Nederlandse Politiebond, te midden van (te vullen) koektrommels en mannen in geblokt overhemd, valt het vergaderkamertje achterin nauwelijks op. (…) In de hoek staat een politierolstoel met sirene, ooit gebruikt bij een vakbondsactie tegen afbraak van de pensioenen.