vakwerk
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van vakwerk?
vakwerk betekent: heel goed werk van een vakman
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- heel goed werk van een vakman
- (bouwkunde) ouderwetse bouwconstructie waarbij de wanden van een gebouw worden samengesteld uit een geraamte van houten balken, die vakken vormen, die daarna opgevuld worden met metselwerk of vlechtwerk van takken waarover leem wordt gestreken
- een overspanningsconstructie bestaande uit lijnvormige elementen
Voorbeelden van "vakwerk" in een zin
- En als de gesprekken na het eten waren gegaan over de maximale belasting van de zesentwintig paalgroepen of het aantal palen in elke groep, of de te verwachten problemen wanneer je boven op deze palen het waarschijnlijk grootste vakwerk van hout gaat bouwen, dan was hij er graag bij geweest.
Vertalingen
Spaansarmadura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek