vakwerkhuis
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) woning gemaakt met een skelet van houten balken waarbij de tussenruimten zijn opgevuld met stenen of oorspronkelijk een vlechtwerk van tenen van wilg, eik, vuilboom of hazelaar bestreken met een mengsel van stro en leem
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek