vallen

/ˈvɑlə(n)/

Wat is de betekenis van vallen?

vallen betekent: (erga) vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
  2. vrijelijk neerhangen
  3. erga, militair (erga), (militair) ondanks verzet in vijandelijke handen komen
  4. erga, militair (erga), (militair) sterven in de strijd
  5. ~ te: drukt een mogelijkheid uit
  6. copl (copl) ~ + meewerkend voorwerp op een bepaalde manier ervaren worden

Voorbeelden van "vallen" in een zin

  • De roekeloze beklimmer van het gebouw viel gelukkig niet.
  • De volgende ochtend viel meteen op hoe stil het buiten was. Ik duwde de deur met beide handen open en zag dat er ’s nachts een dik pak sneeuw was gevallen, waarvan een stukje geel kleurde toen ik er mijn waterfles in leegde.
  • Als je hier zou uitglijden zou je honderden meters naar beneden vallen.
  • Zijn lange haren vielen in krullen over zijn schouders.
  • Die stad is snel gevallen.

Etymologie

:Noord: //: falla, : falde, : falle (: falla, falle, : falla)

Uitdrukkingen

  • uit de boot vallen
  • Als Pasen en Pinksteren op één dag vallenIets wat nooit zal gebeuren
  • De appel valt niet ver van de stam/boom.een kind lijkt op zijn ouder(s) / een persoon vertoont gelijkenis met de ander
  • De beste breister laat wel eens een steek vallen.ook diegene die het kundigst is maakt fouten
  • De mussen vallen van het dak (van de hitte)
  • De schellen vallen hem van de ogen.plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt
  • Door de mand vallendoor bepaalde zaken die duidelijk worden en blijk geven de waarheid ander is dan gedacht
  • Een speld kunnen horen vallendoodstil zijn

Vertalingen

Engelsfall, drop
Franstomber
Duitsfallen, fallenlassen, streichen
Spaanscaer
Italiaanscadere