vallen

/ˈvɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
    De roekeloze beklimmer van het gebouw viel gelukkig niet.
    De volgende ochtend viel meteen op hoe stil het buiten was. Ik duwde de deur met beide handen open en zag dat er ’s nachts een dik pak sneeuw was gevallen, waarvan een stukje geel kleurde toen ik er mijn waterfles in leegde.
    Als je hier zou uitglijden zou je honderden meters naar beneden vallen.
  2. vrijelijk neerhangen
    Zijn lange haren vielen in krullen over zijn schouders.
  3. erga, militair (erga), (militair) ondanks verzet in vijandelijke handen komen
    Die stad is snel gevallen.
  4. erga, militair (erga), (militair) sterven in de strijd
    Adolf viel in de slag bij Heiligerlee.
    Meteen probeerde iedereen te zien waar ze lagen, maar omdat ze naar het noorden waren gegaan, was de plek waar ze waren gevallen niet te zien. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    In Nederland duurde die oorlog van het jaar 1940 tot 1945. Nederland was bezet door Duitsland. De Duitsers waren de baas over Nederland. Het was een heel moeilijke tijd. Er vielen veel doden. Ieder jaar worden de slachtoffers van de oorlog herdacht op 4 mei. En ieder jaar wordt op 5 mei gevierd dat Nederland een vrij land is.
  5. ~ te: drukt een mogelijkheid uit
    Daar viel bitter weinig aan te veranderen.
  6. copl (copl) ~ + meewerkend voorwerp op een bepaalde manier ervaren worden
    Het afscheid is hem erg zwaar gevallen.

Etymologie

:Noord: //: falla, : falde, : falle (: falla, falle, : falla)

Uitdrukkingen

  • uit de boot vallen
  • Als Pasen en Pinksteren op één dag vallenIets wat nooit zal gebeuren
  • De appel valt niet ver van de stam/boom.een kind lijkt op zijn ouder(s) / een persoon vertoont gelijkenis met de ander
  • De beste breister laat wel eens een steek vallen.ook diegene die het kundigst is maakt fouten
  • De mussen vallen van het dak (van de hitte)
  • De schellen vallen hem van de ogen.plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt
  • Door de mand vallendoor bepaalde zaken die duidelijk worden en blijk geven de waarheid ander is dan gedacht
  • Een speld kunnen horen vallendoodstil zijn

Vertalingen

Engelsfall, drop
Franstomber
Duitsfallen, fallenlassen, streichen
Spaanscaer
Italiaanscadere