vastleggen
/ˈvɑstlɛɣə(n)/
Wat is de betekenis van vastleggen?
vastleggen betekent: (ov) bewaren van gegevens
Betekenis
werkwoord
- (ov) bewaren van gegevens
- (ov) ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders
- (ov) zorgen dat ergens zekerheid over bestaat
- (refl) een contract aangaan
Voorbeelden van "vastleggen" in een zin
- Hij had het ongeluk op film vastgelegd.
- Juultje moest in het begin wel wennen dat ik altijd mijn camera bij me heb en alles vastleg, maar inmiddels heeft ook zij haar eigen kanaal.” Trouw Babette Rijkhoff– 12:14, 31 maart 2018 [https://www.trouw.nl/samenleving/het-succes-van-de-familievloggers-we-hebben-een-tijdje-met-de-gordijnen-dicht-geleefd-~a7ef7cdb/ Het succes van de familievloggers: 'We hebben een tijdje met de gordijnen dicht geleefd' ]
- Je kunt de hond beter vastleggen voordat je de winkel ingaat.
- Schouten wilde vastleggen dat vee minder eiwitrijk voedsel zou eten, wat zou leiden tot een lagere stikstofuitstoot.
- De jonge voetballer had zich vastgelegd om de komende tien jaar bij de profclub te blijven.
Vertalingen
Engelscapture, record, register
Spaansregistrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek