vastlegging
vrouwelijk (de)/ˈvɑstlɛɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het onveranderbaar noteren van ietsMaar het daaropvolgende analysewerk en de schriftelijke vastlegging zou helaas een paar uur duren.
- iets blijvend op een plaats bewaren"Je kunt nooit de emissie naar nul krijgen als je niet ook meer doet aan de zogeheten vastlegging op de grond. Dat bos moet dan ook duurzaam beheerd worden, anders helpt het alsnog niet."
- iets vastmaken aan iets anders
Etymologie
* afleiding van (nomact) vastleggen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek