vatten
/ˈvɑtə(n)/
Wat is de betekenis van vatten?
vatten betekent: (ov) vastgrijpen, beetkrijgen
Betekenis
werkwoord
- (ov) vastgrijpen, beetkrijgen
- (ov) begrijpen
- iets opdoen, iets krijgen
Voorbeelden van "vatten" in een zin
- Hij vat de dief bij de kraag.
- Vat je het?
- Straks vat je nog kou zonder jas!
- Na alle commotie lag ik nog lang te woelen en kon ik de slaap niet vatten.
Etymologie
*van Middelnederlands "vaten"
Uitdrukkingen
- de koe bij de hoorns vatten
- kou vatten — een verkoudheid opdoen
- vlam/vuur vatten — in brand vliegen
- de slaap vatten — in slaap vallen
Vertalingen
Engelscatch, seize, understand
Fransprendre, saisir, comprendre
Duitsergreifen, festnehmen, verstehen
Spaanscoger, agarrar, comprender
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek