veertigtal

onzijdig (het)/ˈvertəxˌtɑl/

Wat is de betekenis van veertigtal?

veertigtal betekent: een eenheid van 40 stuks; een aantal van 40 stuks

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een eenheid van 40 stuks; een aantal van 40 stuks

Voorbeelden van "veertigtal" in een zin

  • Een veertigtal schreden van hem af kwam een met vier paarden bespannen rijtuig, hoog met bagage beladen, hem tegemoet over de met gras begroeide weg, waarlangs hij liep.
  • De eerste rit was meteen een zware kluif voor de 176 renners: ze kregen acht heuvels voor de kiezen. Op de finish bestond het peloton, dat op een minuut van De Gendt eindigde, nog slechts uit een veertigtal renners.