vendelzwaai

mannelijk (de)/ˈvɛndəlˌzwaj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sierlijk zwaaiende beweging met een vlag
    Eén van de lijn-, pardon assistent-scheidsrechters van die eerste wedstrijd veegde twee zuivere Mexicaanse goals met één vendelzwaai van de tabellen.
  2. figuurlijk (figuurlijk) opvallende, snelle, alomvattende maar oppervlakkige aanpak
    Voor de periodisering impliceert de gevolgde werkwijze dat de Middeleeuwen vanaf de 9de (La Séquence de sainte Eulalie) tot en met de 16de eeuw (het late toneel) in één machtige vendelzwaai worden behandeld.
  3. verouderd (verouderd) folkloristische beoefening van het sierlijk zwaaien van grote vlaggen
    Met een glans van voldoening zagen de dorpsgenooten steeds den fraaien ‘salut’ aan, dien hij den schutterkoning en zijne bruid of bij den ‘vendelzwaai’ het Wielder palladium bracht.

Etymologie

*: "vendelzwaaien" zonder de uitgang -en