verbuiging

vrouwelijk (de)/vərˈbœyɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) de flexie van een naamwoord of voornaamwoord naar geslacht, getal en naamval
  2. het veranderen van de buiging, een geval van mechanische vervorming
    De botsing had tot een verbuiging van het chassis van de auto geleid.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van verbuigen .

Vertalingen

Engelsdeclension, deklinacja, warping
Fransdéclinaison
DuitsBeugung, Deklination
Spaansdeclinación
Italiaansdeclinazione
Portugeesdeclinação
Russischсклонение
Japans曲用
Zweedsdeklination