verdieping

vrouwelijk (de)/vərˈdipɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het dieper maken
  2. een bepaalde diepte
  3. bouwkunde (bouwkunde) alle ruimten op één hoogte in een gebouw
    Ik keek omhoog en telde twaalf verdiepingen. Wasrekjes met ondergoed en sokken hingen uit de ramen. Op de bovenste verdieping hing een donkere vrouw met haar armen over de vensterbank. Ze had een handdoek in haar haar geknoopt. {{Aut|Sandes, David
    Het eerste wat ik in South Lake Tahoe deed was het befaamde casinobuffet opzoeken op de 18e verdieping van het glanzende Harrah’s Hotel.
    Hij hoorde zijn zus en Olive de krakende trap naar de eerste verdieping op lopen en daarna de zoldertrap.
  4. het verdiepen van kennis of vaardigheden
    Bij dit werkcollege hoorde nog een verdiepingsopdracht.

Etymologie

* van verdiepen

Vertalingen

Engelsdeepening, floor, storey
Fransapprofondissement, étage
DuitsVertiefung, Stock, Stockwerk
Spaansprofundización, ahondamiento, piso
Italiaansapprofondimento, piano
Portugeesaprofundamento, andar
Zweedsfördjupning, våning, plan