verdoemenis

vrouwelijk (de)/vərˈduməˌnɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de plaats waar de duivel woont
    De priesters dreigden met hel en verdoemenis als je niet helemaal volgens de regels van de kerk leeft.
  2. een heel slechte plaats
    De politicus beweerde dat de wereld naar de verdoemenis gaat als zijn tegenstander zou winnen bij de verkiezingen.

Etymologie

* van verdoemen